Meditatie

Het woord ‘meditatie’ kende in het Westen een hele geschiedenis en tot op heden, onder invloed van het Oosten, evolueert het begrip nog verder. Een vlugge blik in die geschiedenis is leerrijk: we zien tenminste waar we vandaan komen en waar we nu staan.

Maar eerst wat filologie(*): meditatie / meditato komt van het Latijnse werkwoord ‘meditari’, dat zelf een vorm is van het werkwoord mederi. Mederi betekent: ‘zorg dragen voor’, en herkenbare woorden zoals ‘medicus’’  en ‘remedie’ zijn ervan afgeleid. Ook het woord modus is van dit woord afkomstig, en betekent ‘maat’ en ‘manier’. Modestus zegt men van iemand die ‘gematigd’ is. In het gangbare taalgebruik staat meditatie tegenover subitus. Het eerste woord betekent goed voorbereid, ingeoefend, bewerkt, bedachtzaam; het tweede plotseling, meteen, onmiddellijk.

De grondbetekenis van het werkwoord en de praktijk van ‘meditatie’ heeft dus te maken met meten, overwegen, oefenen, beoordelen, zorg dragen. Het Nederlandse ‘meten’ heeft trouwens exact dezelfde Indo-Europese stam! Wat we echter mogen uitsluiten, is de vaak aangehaald etymologie  (**) van ‘naar centrum trekken’ of ‘in het midden gaan staan’: in medio stare. We bespeuren hier een tendens om meditatie in verband te brengen met concentratie. Dit mag best, maar niet vanuit de grondbetekenis van het woord zelf!

De Griekse taal die hetzelfde wil zeggen, werkt met een gehele andere stam, die qua betekenis  echter opvallend dicht staat bij wat meditari ons gaf. Melatao en meletè hebben als wortel drie letters mel- (zie meluis en mala), wat in het Indo-Europees ‘sterk’ betekent. Meletè is dan zorg, verzorging, maar ook oefening, routine, studie, voorbereiding (voor een redenaar bijvoorbeeld). Melatao is zorg dragen voor, zich bezig houden met, zich oefenen in, zich voorbereiden op (de dood – studie – nieuwe situatie), instuderen, overpeinzen, verplegen (in de woordenschat van de arts Hippocrates). Wie kiest voor meditatie, kiest er dus voor om een bedachtzaam leven te leiden, zorgzaam, oefenend met volharding.

(*)     De historische en/of vergelijkende taal- en literatuurwetenschap; de wetenschap van de taal met op teksten geconcentreerde aandacht; de taalkunde.

(**)    Het bestuderen van de geschiedenis van een bepaald woord of onderdeel van een woord of van historische taalkundige veranderingen.

(***) Tekst overgenomen uit Spiritualiteit als levenskunst’, Alfabet van een monnik, Benoît Standeart, Tielt 2010 (ook in de OWP)

Uit: Jos van Remundt, Verhalen die ertoe doen (2011), H4.11

Over Zazen (Zen-meditatie)

Zazen wil zeggen; Zitten in meditatie. Za is het Japanse woord voor zitten, zen de Japanse vertaling van het Chinese woord ch’an, dat op zijn beurt de vertaling is van het sanskriet-woord dhyana (=meditatie). Het woord “meditatie” is echter misleidend, omdat in het westen meditatie gewoonlijk wordt geassocieerd met beschouwen van een voorwerp of tekst, bijvoorbeeld bijbelmeditatie. En dat is zen juist niet. Zen heeft geen object (God, Jezus, de natuur, de liefde, enzovoort). Misschien is een betere vertaling: zitten in gewaarzijn.

Uit: Abdij Maria Toevlucht Zundert 1900-2000, Broeders te wezen, p.132

“De innerlijke zen-houding, een natuurlijke staat van “inkeer”, is een natuurlijk vermogen van elk mens, gekenmerkt door eenvoud en puurheid. Het is een waakzame aandacht die totaal open is, ruim, en waarin we ons niet laten meesleuren door de aanstormende gedachten, die ons kunnen bevangen en opsluiten in eindeloos geredeneer. Het bewaren van dit open bewustzijn, van het zuivere hart, wordt ondersteund door de lichaamshouding […], door het gewaarzijn van het ademproces. We leren omgaan met tegenslagen, pijn, onze eigen negativiteit. “We leren het uit te houden met onszelf” (Toevoeging Evelien van Leersum)